Spraakmakende winterzaken

Gedurende de wintermaanden heeft het kantoor niet stil gezeten. Ook in de winterperiode heeft het kantoor interessante zaken mogen behandelen. Hier worden een aantal spraakmakende zaken besproken.

Sluiting woning in verband met vondst hennepkwekerij

De burgemeester van een gemeente komt de bevoegdheid toe om een woning of bedrijfspand te sluiten indien er een hennepkwekerij wordt aangetroffen. Dit is eigenlijk dan nog een groter probleem voor de cliënt dan de strafrechtelijke procedure. Ook in deze procedure verleent het kantoor bijstand. In deze zaak ging het om een hennepkwekerij met 80 planten, waarvan 40 planten onbruikbaar waren. De hennepkwekerij was aangetroffen in de zomer van 2018. De burgemeester wenste de woning te sluiten juist net in de winterperiode en dus gedurende de feestdagen. Helaas heeft het kantoor niet kunnen bewerkstelligen dat de woning in zijn geheel niet werd gesloten, maar wel is er voor gezorgd dat cliënt de feestdagen met zijn dochter in de woning kon doorbrengen.

Samenloop verschillende rechtsgebieden

Ik bericht u al vaker over de samenloop van de verschillende rechtsgebieden, wat tot grote verwarring/verbazing bij cliënten kan leiden. In de wintermaanden deden zich bij het kantoor twee van deze soort zaken voor.

In de eerste zaak ging het om een cliënte, welke verdacht werd van het plegen van uitkeringsfraude. Bestuursrechtelijk was er al een traject in gang gezet en is de gehele bijstandsuitkering van cliënte ingetrokken, met daarbovenop een bestuursrechtelijke boete. Een jaar later ontving cliënte een dagvaarding dat zij strafrechtelijk vervolgd werd voor uitkeringsfraude. Het strafrecht dient immers een ander doel dan het bestuursrecht. Door Berkvens-van Wijk Advocatuur is dan ook betoogd dat cliënte door én de invordering van de gehele uitkering én het uitvaardigen van een bestuursrechtelijke boete cliënte reeds genoeg gestraft is, hetgeen door de politierechter is meegenomen in de strafmaat.

De tweede zaak ging om een cliënt, welke in hoger beroep is vrijgesproken voor het rijden onder invloed. Echter, het bestuursrechtelijke traject, namelijk het uitvaardigen van een EMA cursus door het CBR was meteen in gang gezet. Daar cliënt meende onschuldig te zijn heeft hij de EMA cursus niet gevolgd. Dit heeft tot ongeldigheid van het rijbewijs geleid. Dit staat geheel los van het strafrechtelijke traject, waarin cliënt in hoger beroep dus is vrijgesproken. Echter, cliënt wist dit niet en meende dus dat hij gewoon kon rijden. Toen hij staande werd gehouden bleek zijn rijbewijs dus ongeldig te zijn, wat wederom een strafrechtelijk traject inhoudt. Hierin heeft het kantoor bijstand verleend en ook hier heeft het kantoor het bestuursrechtelijke traject – succesvol – als strafmaatverweer opgeworpen. Wel is er hoger beroep ingesteld, daar de officier van justitie een veel lagere werkstraf eiste dan door de politierechter werd opgelegd. Een risico overigens van het instellen van hoger beroep is dat er een hogere straf wordt opgelegd. Dit is eigenlijk bijna nooit aan de orde, in ieder geval niet als het OM niet in hoger beroep is gegaan, ofwel wel berust in de uitspraak. Doch, in deze zaak eiste de advocaat-generaal wel een hogere straf en ik meen dat dat kwam omdat deze cliënt niet op de zitting verschenen was…

Protestrecht woonwagenbewoners

Erg actueel nu is het recht om te mogen demonstreren en wel specifiek voor woonwagenbewoners. Woonwagenbewoners mogen aandacht vragen voor de standplaatsenproblematiek in de gemeente. Immers, op nationaal niveau, in het bijzonder door invoering van het beleidskader woonwagenbeleid gemeentes op 12 juli 2018, rust er op gemeentes een positieve verplichting om zorg te dragen voor voldoende passende woongelegenheid voor woonwagenbewoners. Indien woonwagenbewoners menen dat een gemeente niet voldoende passende woongelegenheid biedt mogen zij – onder voorwaarden – protesteren, ofwel aandacht vragen voor deze problematiek.

Bezwaar omzetting taakstraf

Steeds vaker benaderen cliënten het kantoor daar zij ineens een brief ontvangen dat zij een gevangenisstraf moeten ondergaan, omdat de werkstraf is teruggezonden. Dit kan meerdere reden hebben, zoals het niet naar behoren voldoen of kunnen voldoen aan de werkstraf of het niet of niet tijdig reageren op correspondentie. Je kunt dan niet meer je verhaal doen. Het enige wat rest is om een bezwaarschrift tegen deze beslissing in te dienen. Dit wordt door Berkvens-van Wijk Advocatuur verzorgd. Daarnaast moet er bij de officier een verzoek worden gedaan dat de hechtenis zolang het bezwaar loopt niet wordt doorgezet. Ook dat wordt door het kantoor verzorgd. Het bezwaarschrift wordt dan op zitting behandeld. In deze winterperiode heeft het kantoor twee van deze zaken – succesvol – behandeld. De beide cliënten kregen ‘een tweede kans’ om de werkstraf alsnog te verrichten.

Uitspraak zaak cocaïne vondst in container te Antwerpen

Heden is de uitspraak gedaan in de zaak, waarin het ging om de vondst van 1044 kilogram cocaïne in een container te Antwerpen. In totaal waren er vier verdachten. De verdachte, die door het kantoor werd bijgestaan is tot de laagste straf veroordeeld, namelijk 2 jaar gevangenisstraf, daar hem met name verweten wordt dat de container is zijn loods is aangetroffen. Over eventueel hoger beroep wordt nog nagedacht…

 

 

Auteur: mw. mr. M.A. Berkvens-van Wijk

Geboren op 11 juli 1987 in St. Thomas (Canada). Doorliep het Linge College te Tiel met profiel economie en maatschappij. Studeerde van 2006 tot 2014 aan de Radboud Universiteit en behaalde haar master civiel recht en master strafrecht cum laude. Was onder andere actief in commissies bij de JFV en AEGEE en werd eerste bij een pleitwedstrijd. Werkte sinds september 2014 bij Moszkowicz Advocaten Utrecht. Heeft in februari 2016 haar eigen kantoor, Berkvens-van Wijk Advocatuur te ‘s-Hertogenbosch geopend.