Een uitzondering op de onherroepelijkheid van bestuursrechtelijke besluiten

Al jaren procedeert het kantoor voor een cliënte, welke te kampen heeft gekregen met een reeks aan bestuursrechtelijke besluiten. Het eerste besluit, daar gaat het om, hier staat in vermeld wat er van je verlangd wordt. De volgende besluiten zien dan op de invordering. Cliënte had een brief geschreven dat zij het niet eens was met de gang van zaken. Dit was opgevat als een bezwaar tegen besluit II en niet tegen besluit I. Hiermee werden dan ook de inhoudelijke verweren van cliënte van tafel geveegd, zo ook door de bestuursrechter. Nu heeft het hoogste bestuursrechtelijke college, namelijk de Centrale Raad van Beroep geoordeeld dat cliënte wel degelijk duidelijk kenbaar heeft gemaakt wat haar inhoudelijke bezwaren waren en dat dat had moeten worden opgevat als een bezwaar tegen het eerste besluit. Hiermee krijgt cliënte aldus alsnog een eerlijke kans…

Auteur: mw. mr. M.A. Berkvens-van Wijk

Geboren op 11 juli 1987 in St. Thomas (Canada). Doorliep het Linge College te Tiel met profiel economie en maatschappij. Studeerde van 2006 tot 2014 aan de Radboud Universiteit en behaalde haar master civiel recht en master strafrecht cum laude. Was onder andere actief in commissies bij de JFV en AEGEE en werd eerste bij een pleitwedstrijd. Werkte sinds september 2014 bij Moszkowicz Advocaten Utrecht. Heeft in februari 2016 haar eigen kantoor, Berkvens-van Wijk Advocatuur te ‘s-Hertogenbosch geopend.