A winning day

Wat een dag is het vandaag….

Tot nu toe heeft Berkvens-van Wijk Advocatuur heden de berichtgeving mogen ontvangen dat er drie zaken succesvol zijn afgerond. De eerste, maar eigenlijk ook de tweede zaak, gaat over een handhavingsprocedure, waarin cliënt verzeild is geraakt met de gemeente. In lijn met het verweer van Berkvens-van Wijk Advocatuur oordeelde de rechter met name dat de gemeente de last onder dwangsom heeft opgelegd zonder daartoe enig deugdelijk onderzoek te verrichten. Met dit oordeel komt de last onder dwangsom voor cliënt te vervallen. In deze zaak was ook – wegens bijzondere omstandigheden – beroep ingesteld tegen de termijn, waarin cliënt het hem opgelegde diende te verwijderen. Dat betreft dan ook de tweede zaak. Dit beroep behoeft door gegrondverklaring van het beroep tegen de last onder dwangsom geen inhoudelijke behandeling en is daarmee dan ook afgerond. De derde zaak betreft de kwestie, waarover al eerder te lezen was.  De casus is als volgt. Cliënt heeft een scootmobielbedrijf gehad. Helaas is dit failliet gegaan. Destijds is een curator aangesteld, welke de afwikkeling van het faillissement diende te verzorgen. Hieronder viel met name het laten schorsen en vernietigen van kentekens c.q. voertuigen. Bij een aantal voertuigen is dat niet goed gebeurd, waardoor cliënt ineens allerlei aanslagen ontving. Thans heeft het RDW bericht dat er geen boetes meer openstaan voor cliënt bij het CJIB, waarmee dit dossier eveneens succesvol afgesloten wordt.

Dan rest mij u nog nader te berichten over de zaak omtrent het drugstransport. Immers, daar gebeurde het volgende.

“Bij de behandeling van de vordering van de officier van justitie om de verdachte nog langer in voorarrest te mogen houden, is duidelijk naar voren gebracht dat de betrokkenheid van de verdachte bij de hem ten laste gelegde feiten niet vaststaat, alsook dat de persoonlijke omstandigheden van de verdachte prevaleren boven het strafrechtelijk belang om de verdachte nog langer in voorarrest te houden. In reactie op het betoog stelde de officier ermee in te stemmen om de vordering van 90 dagen te verlagen naar 30 dagen, daar dit meer recht deed aan hetgeen door de verdediging naar voren werd gebracht. Desalniettemin, oordeelde de raadkamer dat de vordering van 90 dagen terecht was en aldus werd toegewezen. Spoedig zal dan ook wederom een behandeling bij de raadkamer plaatsvinden, daar zowel cliënt als het kantoor zich niet kunnen vinden in het oordeel van de raadkamer. Wordt vervolgd!”

Op 20 maart jl. heeft de behandeling van het verzoek om opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis van cliënt dan ook plaatsgevonden. De officier van justitie deelde nu bovendien zelfs mede dat de ernstige bezwaren in deze zaak flinterdun zijn. Dat betekent dat er grote vraagtekens gezet dienen te worden bij de betrokkenheid van cliënt bij de hem ten laste gelegde feiten, hetgeen tot opheffing zou moeten leiden. De raadkamer was toch nog iets voorzichtig en oordeelde dat een schorsing in deze casus wel passend is en dit eigenlijk met de enige voorwaarde dat cliënt naar de zittingen komt. Cliënt is dan ook in vrijheid gesteld.

 

Auteur: mw. mr. M.A. Berkvens-van Wijk

Geboren op 11 juli 1987 in St. Thomas (Canada). Doorliep het Linge College te Tiel met profiel economie en maatschappij. Studeerde van 2006 tot 2014 aan de Radboud Universiteit en behaalde haar master civiel recht en master strafrecht cum laude. Was onder andere actief in commissies bij de JFV en AEGEE en werd eerste bij een pleitwedstrijd. Werkte sinds september 2014 bij Moszkowicz Advocaten Utrecht. Heeft in februari 2016 haar eigen kantoor, Berkvens-van Wijk Advocatuur te ‘s-Hertogenbosch geopend.