Vordering tul; een praktische uitspraak van de politierechter te Rechtbank Haarlem

Een praktische uitspraak van de politierechter hedenochtend in een zaak


omtrent een vordering tul. Een vordering tul houdt in dat de officier van justitie vordert dat een voorwaardelijke straf alsnog ten uit voer wordt gelegd, daar er niet voldaan is aan de voorwaarden. In dit geval was cliënte drie jaar reclasseringstoezicht opgelegd en stond daar nog een maand detentie tegenover. Het laatste half jaar raakte cliënte in financiële problemen en heeft zij niet meer aan haar meldplicht voldaan. Doch, thans heeft cliënte weer een uitkering en een nieuwe bewindvoerder. Dit komt in het geding als cliënte een maand gedetineerd raakt. Het verzoek van Berkvens-van Wijk Advocatuur namens cliënte om de vordering af te wijzen werd niet door de politierechter gehonoreerd, doch ook de politierechter oordeelde dat een detentie in dit geval niet passend is. De politierechter legde cliënte 60 uur werkstraf op als alternatief en cliënte staat overigens niet meer onder toezicht.

Uitspraak Hof Den Haag

Zojuist een zeer bevredigende uitspraak mogen ontvangen van Hof Den Haag. Cliënte was verzeild geraakt in een langdurige burenruzie, waarin over een weer aangiftes gedaan werden. Dit resulteerde in een strafzaak voor cliënte en wel waarin zij verdacht werd van diverse misdrijven. Zulks terwijl het aldus om een burenruzie ging. In eerste aanleg is cliënte wegens spugen en het uiten van diverse bewoordingen veroordeeld voor belediging met een voorwaardelijke geldboete van 200,- EUR met een proeftijd van één jaar. In hoger beroep is door Berkvens-van Wijk Advocatuur namens cliënte aangevoerd dat er niet is voldaan aan de bestanddelen van de delictsomschrijving belededing ter zake het spugen en voorts dat er bezien de bijzondere omstandigheden van het geval, namelijk een burenruzie, er geen sprake kan zijn van een veroordeling voor een misdrijf met alle negatieve gevolgen van dien. Hof Den Haag kon zich grotendeels vinden in voornoemd verweer, doch veroordeelde cliënte nu nog slechts voor belediging vanwege het feit dat zij het woord “trol” heeft geroepen en zag hierin aanleiding om de zaak af te doen met toepassing van art. 9a Sr, schuldigverklaring zonder strafoplegging. Ofwel, er is geen rechtsgevolg voor cliënte aan de schuldigverklaring verbonden.