Twee vrijspraken binnen één week

Berkvens-van Wijk Advocatuur heeft maar liefst twee vrijspraken weten te behalen binnen één week.

Eerder berichtte ik u al over een OM zitting, waarbij de officier overtuigd was van de schuld van cliënte aan het medeplegen van (winkel)diefstal. Doch, hiervoor was geen enkel bewijs aanwezig, waardoor cliënte op advies van Berkvens-van Wijk Advocatuur niet akkoord is gegaan met de strafbeschikking. Zodoende is de zaak doorgezet naar de politierechter. Heden oordeelde de politierechter dan ook – evenals de officier die heden zitting had overigens – dat er een vrijspraak diende te volgen.

(Zie voor de bewijsvoorwaarden van het medeplegen aan diefstal met name http://www.juridischkennisportaal.nl/wiki/strafrecht/daderschap-en-deelneming/vrijspraak-medeplegen-diefstal-autosleutels.htm)

De andere vrijspraak betreft – eveneens – een opmerkelijke vrijspraak. Immers, de casus betreft de volgende. Cliënt was tezamen met een aantal anderen conform de vispas aan het vissen, totdat hij en de andere vissers  beboet werden voor het onbevoegd betreden van het terrein langs de wetering. Voor de vissers heeft Berkvens-van Wijk Advocatuur een verzetschrift ingediend jegens de boetes (strafbeschikkingen). Hoewel de strafzaak jegens één van de vissers werd geseponeerd, waarmee de boete kwam te vervallen, diende een andere visser voor de kantonrechter te verschijnen. Zulks terwijl het OM uitdrukkelijk gewezen is op het sepot ten aanzien van de andere visser. Het verbaasde zowel cliënt als Berkvens-van Wijk Advocatuur dan ook niet dat ook de kantonrechter meende dat er geen sprake was van een strafbaar feit en dat er derhalve nu het toch tot een strafzaak is komen er een vrijspraak diende te volgen. (NB sepot is dan immers niet meer mogelijk, daar een sepot een beslissing tot niet strafrechtelijk vervolgen van het OM betreft)

A winning day

Wat een dag is het vandaag….

Tot nu toe heeft Berkvens-van Wijk Advocatuur heden de berichtgeving mogen ontvangen dat er drie zaken succesvol zijn afgerond. De eerste, maar eigenlijk ook de tweede zaak, gaat over een handhavingsprocedure, waarin cliënt verzeild is geraakt met de gemeente. In lijn met het verweer van Berkvens-van Wijk Advocatuur oordeelde de rechter met name dat de gemeente de last onder dwangsom heeft opgelegd zonder daartoe enig deugdelijk onderzoek te verrichten. Met dit oordeel komt de last onder dwangsom voor cliënt te vervallen. In deze zaak was ook – wegens bijzondere omstandigheden – beroep ingesteld tegen de termijn, waarin cliënt het hem opgelegde diende te verwijderen. Dat betreft dan ook de tweede zaak. Dit beroep behoeft door gegrondverklaring van het beroep tegen de last onder dwangsom geen inhoudelijke behandeling en is daarmee dan ook afgerond. De derde zaak betreft de kwestie, waarover al eerder te lezen was.  De casus is als volgt. Cliënt heeft een scootmobielbedrijf gehad. Helaas is dit failliet gegaan. Destijds is een curator aangesteld, welke de afwikkeling van het faillissement diende te verzorgen. Hieronder viel met name het laten schorsen en vernietigen van kentekens c.q. voertuigen. Bij een aantal voertuigen is dat niet goed gebeurd, waardoor cliënt ineens allerlei aanslagen ontving. Thans heeft het RDW bericht dat er geen boetes meer openstaan voor cliënt bij het CJIB, waarmee dit dossier eveneens succesvol afgesloten wordt.

Dan rest mij u nog nader te berichten over de zaak omtrent het drugstransport. Immers, daar gebeurde het volgende.

“Bij de behandeling van de vordering van de officier van justitie om de verdachte nog langer in voorarrest te mogen houden, is duidelijk naar voren gebracht dat de betrokkenheid van de verdachte bij de hem ten laste gelegde feiten niet vaststaat, alsook dat de persoonlijke omstandigheden van de verdachte prevaleren boven het strafrechtelijk belang om de verdachte nog langer in voorarrest te houden. In reactie op het betoog stelde de officier ermee in te stemmen om de vordering van 90 dagen te verlagen naar 30 dagen, daar dit meer recht deed aan hetgeen door de verdediging naar voren werd gebracht. Desalniettemin, oordeelde de raadkamer dat de vordering van 90 dagen terecht was en aldus werd toegewezen. Spoedig zal dan ook wederom een behandeling bij de raadkamer plaatsvinden, daar zowel cliënt als het kantoor zich niet kunnen vinden in het oordeel van de raadkamer. Wordt vervolgd!”

Op 20 maart jl. heeft de behandeling van het verzoek om opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis van cliënt dan ook plaatsgevonden. De officier van justitie deelde nu bovendien zelfs mede dat de ernstige bezwaren in deze zaak flinterdun zijn. Dat betekent dat er grote vraagtekens gezet dienen te worden bij de betrokkenheid van cliënt bij de hem ten laste gelegde feiten, hetgeen tot opheffing zou moeten leiden. De raadkamer was toch nog iets voorzichtig en oordeelde dat een schorsing in deze casus wel passend is en dit eigenlijk met de enige voorwaarde dat cliënt naar de zittingen komt. Cliënt is dan ook in vrijheid gesteld.

 

Spraakmakende zaken van de afgelopen periode

De afgelopen periode, alsook de komende periode is Berkvens-van Wijk Advocatuur druk doende (geweest) met diverse zaken, welke – grotendeels – dan ook succesvol zijn verlopen. Hierbij wordt dan ook een overzicht verschaft van de meest spraakmakende zaken, die het kantoor de afgelopen periode heeft mogen behandelen.

 

De samenloop tussen het strafrecht en het belastingrecht

De casus betreft het volgende. Cliënt werd verdacht van het onrechtmatig voeren van handelaarskentekenplaten. Hiervoor heeft hij zelfs een hele nacht op het politiebureau moeten verblijven. Doordat Berkvens-van Wijk Advocatuur nader onderzoek heeft verricht, kon worden aangetoond dat de handelaarskentekens wel degelijk rechtmatig werden gevoerd. In het strafrecht is cliënt dan ook vrijgesproken. Doch, daarnaast werd cliënt een belastingaanslag opgelegd, welke samenhangt met het onrechtmatig voeren van de handelaarskentekens. Het toezenden van de vrijspraak bracht de belastingdienst niet op andere gedachte en ook een gerechtelijke procedure volgde. Ter zitting gaf de rechter ook al blijk dat dit een zaak is, waarbij de nodige vraagtekens gezet dienen te worden. Immers, uit niets blijkt dat de handelaarskentekens op onrechtmatige wijze werden gebruikt. Dit resulteerde dan ook in een instemmende verklaring van de belastingdienst om de aanslag te doen vervallen, hetwelk dan ook in de gerechtelijke uitspraak geschied is.

Wel op één lijn met de officier van justitie en niet met de raadkamer

In de zaak omtrent het drugstransport gebeurde het volgende, maar voordat ik daarop inga het volgende. Om het voorarrest van een verdachte te doen voortduren dienen er in elk stadium aan bepaalde vereisten te worden voldaan. Daarnaast dienen ook de persoonlijke omstandigheden van een verdachte in acht te worden genomen. Hoe langer iemand in voorarrest verblijft, hoe strenger de vereisten worden.

Bij de behandeling van de vordering van de officier van justitie om de verdachte nog langer in voorarrest te mogen houden, is duidelijk naar voren gebracht dat de betrokkenheid van de verdachte bij de hem ten laste gelegde feiten niet vaststaat, alsook dat de persoonlijke omstandigheden van de verdachte prevaleren boven het strafrechtelijk belang om de verdachte nog langer in voorarrest te houden. In reactie op het betoog stelde de officier ermee in te stemmen om de vordering van 90 dagen te verlagen naar 30 dagen, daar dit meer recht deed aan hetgeen door de verdediging naar voren werd gebracht. Desalniettemin, oordeelde de raadkamer dat de vordering van 90 dagen terecht was en aldus werd toegewezen. Spoedig zal dan ook wederom een behandeling bij de raadkamer plaatsvinden, daar zowel cliënt als het kantoor zich niet kunnen vinden in het oordeel van de raadkamer. Wordt vervolgd!

Bij voorbaat veroordeeld door de officier van justitie

Thans geldt er een systeem, waarin bepaalde relatief lichte vergrijpen door de officier van justitie worden afgedaan middels met name het uitvaardigen van een strafbeschikking. Hoewel dit overkomt als een bekeuring, moet men wel in acht nemen dat het voldoen aan de strafbeschikking leidt tot een notitie van het vergrijp op het strafblad. Ik merk dan ook vaak dat men hier niet mee bekend is. Let hier aldus goed op!

Indien de strafbeschikking niet wordt geaccepteerd, zal de zaak alsnog voorkomen bij de rechter. Of anders gezegd, een onafhankelijke derde partij zal de zaak beoordelen. Dit is vaak een betere optie dan het accepteren van de strafbeschikking met de simpele reden “om van het gedoe af te zijn”.

Laatst had ik een cliënte, welke door de officier van justitie wordt verdacht van het medeplegen van winkeldiefstal. Doch, zij heeft slechts goederen uit de winkel aan een ander, welke na het verstrijken van de nodige tijd, zonder te betalen de kassa is gepasseerd. Uit niets uit het dossier blijkt dat cliënte wist dat de ander de goederen niet zou gaan betalen. Desalniettemin werd cliënte opgeroepen om bij de officier van justitie te komen. Aldaar stelde de officier zonder pardon dat zij er wel degelijk van overtuigd was dat cliënte wist dat de goederen uiteindelijk zonder te betalen zouden worden meegenomen. In overleg met mij heeft cliënte besloten om de aangeboden strafbeschikking niet te accepteren en de zaak voor te leggen aan een onafhankelijke rechter. Ook dit wordt vervolgd!

Niet voldaan aan het bewijsminimum

In ons rechtsstelsel kennen we een aantal regels, waaraan voldaan moet zijn om tot een veroordeling van iemand voor een bepaald strafbaar feit te komen. Zo hebben we de regel dat iemand niet op grond van de verklaring van één getuige kan worden veroordeeld. Deze regel staat in de praktijk bekend als de unus testis nullus testis regel. Om iemand op grond van de verklaring van één persoon, of beter gezegd getuige, te kunnen veroordelen is vereist dat er steunbewijs aanwezig is voor de verklaring van deze getuige.

Nu had ik een zaak, waarin alleen één getuige stelde dat hij een bus, afkomstig uit diefstal, van mijn cliënt had afgenomen. Ook het vermeende steunbewijs kwam voort uit deze getuige en gaf inhoudelijk bovendien niet aan dat mijn cliënt bij het tenlastegelegde feit (heling) betrokken was. Desalniettemin is mijn cliënt veroordeeld. De politierechter is aldus voorbij gegaan aan de unus testis nullus testis regel, hetwelk dan ook de grond voor het hoger beroep vormt. Also te be continued!

Schikkingsonderhandelingen gedurende een zitting

In civiele procedures komt het regelmatig voor dat de rechter beziet of partijen er toch niet samen kunnen uitkomen. In dat geval wordt de comparitie van partijen gelast en worden partijen na het stellen van vragen door de rechter de gang opgestuurd om samen te onderhandelen. Dit gebeurde laatst ook in huurrechtelijk geschil, waarin de eisende partij geen bewijs kan aandragen voor haar stellingen. Toen ik de gemachtigde van de wederpartij benaderde, stelde zij dat de regel was dat de gedaagde partij maar een voorstel dient te doen. Hierop heb ik mijn cliënt geadviseerd om het oordeel aan de kantonrechter over te laten. Immers, als je bij de Jumbo bij de kassa komt, wordt je ook niet gevraagd wat jij denkt te gaan betalen voor hetgeen jij wenst mee te nemen. Dit nog los van het feit dat bij de Jumbo vaststaat dat je goederen hebt meegenomen en dat in het geval van mijn cliënt de vorderingen van de wederpartij op mijn cliënt niet per definitie kunnen worden vastgesteld. Dus, ook dit wordt vervolgd!

Het CJIB en het RDW

Laatst benaderde een cliënt het kantoor met het verzoek om zijn belangen te behartigen in een zaak tegen het CJIB en de RDW. De casus is als volgt. Cliënt heeft een scootmobielbedrijf gehad. Helaas is dit failliet gegaan. Destijds is een curator aangesteld, welke de afwikkeling van het faillissement diende te verzorgen. Hieronder viel met name het laten schorsen en vernietigen van kentekens c.q. voertuigen. Bij een aantal voertuigen is dat niet goed gebeurd, waardoor cliënt ineens allerlei aanslagen ontving. Door inschakeling van het kantoor zijn thans de opgelegde boetes aanzienlijk gereduceerd en het onderzoek is nog gaande….. Dus nogmaals, ook dit wordt vervolgd!

Hiep hoera vandaag bestaat Berkvens-van Wijk Advocatuur twee jaar!

Het is alweer twee jaar geleden dat de deuren van het kantoor geopend werden. En sindsdien loopt het kantoor als een geoliede machine. De cliënten alsook de verwijzers weten de weg naar het kantoor – gelukkig – goed te vinden. Zo heeft Berkvens-van Wijk Advocatuur in 2016 maar liefst 126 zaken mogen behandelen. In 2017 waren dit er 120 en tot nu heeft Berkvens-van Wijk Advocatuur in 2018 reeds 12 zaken in behandeling mogen nemen. Bovendien heeft Berkvens-van Wijk Advocatuur in 2017 een plaats in de top 3 weten te behalen volgens de reviews van Advocaatscore.
 
Iedereen bedankt voor het vertrouwen in het kantoor, maar ook in mij. Op naar de komende jaren…

Januari 2018; een welbewogen maand voor Berkvens-van Wijk Advocatuur

Het nieuwe jaar begon meteen vol drukte en spanning. Veel zittingen, maar ook een aantal piketdiensten, die Berkvens-van Wijk Advocatuur mocht verzorgen. De piketdienst van 17 januari jl. bracht een record aantal meldingen bij Berkvens-van Wijk Advocatuur binnen. Zo ontving het kantoor die dag maar liefst zeven meldingen, uiteenlopend van diefstal, heling en mishandeling tot een drugstransport, welke laatste in de media volop aandacht heeft gekregen…

Laatste strafzaak 2017

Zojuist de laatste strafzaak van 2017 wederom met succes afgerond. Cliënt heeft een lagere boete gekregen dan wat normaliter het geval zou zijn. En deze mag middels een betalingsregeling worden voldaan. Maar het allerbelangrijkste cliënt mag zijn rijbewijs behouden…